Regelgeving PMH

 

1. Uitkeringen en tegemoetkomingen
2. Zelfstandige met ziekteuitkering
3.  Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP)
4. Ondersteuning door de VDAB



1. Uitkeringen en tegemoetkomingen  

 

Dikwijls wensen personen met een handicap hun inkomensvervangende uitkeringen aan te vullen met een beperkte activiteit als ondernemer. 

Er zijn twee soorten inkomensvervangende uitkeringen.

Enerzijds heb je, vanuit de Fod Sociale Zekerheid, Directie-Generaal Personen met een handicap (in de volksmond Zwarte Lievevrouwestraat genoemd), de inkomensvervangende tegemoetkoming. 

Anderzijds is er, vanuit de RIZIV, de ziekte-uitkering.

Grootste moeilijkheid bij de inkomensvervangende tegemoetkoming is het feit dat mensen die deze willen combineren met het ondernemerschap dit niet kunnen in bijberoep en aldus, bij soms beperkte activiteiten, hoge sociale bijdragen dienen te betalen. 

Bij de ziekteuitkering ondervinden mensen die, als zelfstandige in hoofdberoep, arbeidsongeschikt geraken de grootste moeilijkheden. Wanneer zij met een beperkte activiteit willen herstarten, kunnen zij dit niet in bijberoep. Ook zij dienen dus, ondanks hun beperkte activiteiten, hoge sociale bijdragen te betalen. 

 

2. Zelfstandigen met ziekteuitkering  

Mensen die arbeidsongeschikt zijn door een ongeval of ernstige ziekte, kunnen bij hun ziekenfonds een ziekte-uitkering aanvragen.

Opgelet: Deze uitkering mag dus niet verward worden met de inkomensvervangende tegemoetkoming vanuit de directie-generaal voor personen met een handicap. 

 

Voorwaarden

U heeft recht op een uitkering als één van de volgende situaties bij u op het moment van de aanvraag van toepassing is:

  • Zelfstandige in hoofdberoep
  • U betaalt als zelfstandige bijdragen in het kader van de voortgezette verzekering
  • Als gewezen zelfstandige hebt u gelijkstelling wegens ziekte verkregen
  • U bent meewerkende echtgenoot of echtgenote

U moet, om de uitkering te ontvangen volledig arbeidsongeschikt zijn. Dat betekent dat u niet in staat bent uw beroep verder te zetten ten gevolge van letsels of functionele stoornissen. De adviserende arts van het ziekenfonds oordeelt of dat het geval is.

 

Drie periodes

We kunnen drie periodes van arbeidsongeschiktheid onderscheiden:

A..Gedurende de zogenaamde “wachttijd”, de eerste 14 dagen van de ongeschiktheid, ontvangt u geen uitkering.

B. Vanaf de 15e dag ontvang u een forfaitaire arbeidsongeschiktheidsuitkering. Deze periode noemt de primaire arbeidsongeschiktheid. De grootte van de forfaitaire uitkeringen hangt af van de gezinssituatie. Momenteel bedragen deze uitkeringen: 46,96 Euro voor een alleenstaande; 35,76 Euro voor een samenwonende en 58,68 Euro voor iemand met gezinslast. Deze bedragen zijn onderhevig aan indexaties en kunnen dus wijzigen.

C. Wanneer de zelfstandige meer dan 12 maanden arbeidsongeschikt is, dan is er sprake van invaliditeit. Men beschouwd dit dan als een langdurige arbeidsongeschiktheid. Tijdens deze periode ontvangt de zelfstandige een iets hogere uitkering. Om daarop recht te hebben moet de zelfstandige zijn sociale bijdragen betaald hebben voor de vier trimesters die aan de arbeidsongeschiktheid voorafgaan. In deze periode kan ook een zogenaamde ‘inhaalpremie’ verkregen worden. Deze bedraagt 216,50 Euro en wordt samen met de uitkeringen van de maand mei betaald.

 

Werkhervatting

De ziekte-uitkering kan in bepaalde gevallen gecombineerd worden met een werkhervatting. Vanaf 1 juli 2015 geldt de onderstaande regeling voor toegelaten activiteiten bij zelfstandigen: 

Tweedelig systeem:

  • Toelating met het oog op een volledige werkhervatting:
Als een volledige werkhervatting mogelijk is, kan de adviserende geneesheer de persoon vooraf toelating geven om eender welke activiteit uit te oefenen (oude of nieuwe activiteit, als zelfstandige of als werknemer). Dit voor maximum 6 maanden (verlengbaar tot maximum 18 maanden). De eerste zes maanden krijgt de persoon zijn of haar volledige uitkering. Daarna worden de uitkeringen met 10% verminderd.
  • Toelating zonder het oog op een volledige werkhervatting:

Als een volledige werkhervatting niet meer mogelijk is, kan de adviserend geneesheer de persoon vooraf toelaten om het even welke activiteit uit te oefenen (oude of nieuwe activiteit, als zelfstandige of als werknemer). Deze toelating is alleen mogelijk als arbeidsongeschikt erkend blijft. De adviserend geneesheer moet de arbeidsongeschiktheid controleren op basis van een medisch onderzoek, uitgevoerd om de zes maanden, tenzij elementen in het medisch dossier een onderzoek op een latere datum rechtvaardigen.

De eerste zes maanden krijgt de persoon zijn of haar volledige uitkering. De uitkeringen worden met 10% verminderd vanaf de 7de maand tot het 3de jaar (tenzij de persoon een niet vergoede activiteit uitoefent).

Opgelet: Vermits een erkenning als bijberoep niet mogelijk is, dienen de sociale bijdragen voor een hoofdberoep betaald te worden. Voor mensen met een beperkte activiteit kan dit nogal tegenvallen.

 

Aangifte

Als uw arbeidsongeschiktheid begint, dan hebt u 14 kalenderdagen om daarvan aangifte te doen (1e dag arbeidsongeschiktheid niet inbegrepen). Voorbeeld: Uw arbeidsongeschiktheid begint op 10 januari = op 24 januari dient de aangifte uiterlijk te gebeuren. Als de laatste dag waarop de aangifte nog kan gebeuren een weekend- of feestdag is, dan hebt u tijd tot en met de eerste werkdag die daarop volgt.  Voor iedere dag van te late indiening gaat er 10% van uw uitkering af. Als u na een periode van arbeidsongeschiktheid terug aan het werk gaat en binnen de 14 dagen opnieuw arbeidsongeschikt wordt, doe dan best aangifte binnen de 2 dagen.

 Bij ziekenhuisopname dient de aangifte niet te gebeuren zolang het verblijf daar duurt. Na de opname dient er wel onmiddellijk aangifte gedaan te worden.

Uw ziekenfonds kan in bepaalde gevallen beslissen om uw uitkering toch niet te verlagen.

 

 

3. Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP) voor zelfstandigen met een arbeidshanicap  

 

Wie komt in aanmerking?

Je kan de Vlaamse ondersteuningspremie (VOP) verkrijgen wanneer je als zelfstandige, in hoofd- of bijberoep, werkt en je arbeidsbeperking een impact heeft op het uitoefenen van je job. Concreet kan de VOP toegekend worden aan:

  • Een persoon die na 1 oktober 2008 zelfstandige in hoofdberoep is geworden.
  • Zelfstandigen die na 1 oktober 2008 een erkenning als persoon met een arbeidshandicap  krijgen of verkregen hebben.
  • Een persoon die vanaf 1 juli 2016 zelfstandige in bijberoep is geworden (en voordien geen erkenning en/of tegemoetkoming kreeg voor de bevordering van tewerkstelling onder gewone arbeidsvoorwaarden door VAPH of één van de voorgangers).

 

Wat houdt een dergelijke betoelaging in?

  • Je krijgt om de 3 maanden een betoelaging van het departement Werk en Sociale Economie (WSE) van de Vlaamse overheid.
  • Dit gedurende 5 jaar.
  • De premie is een percentage van het referteloon.  Het referteloon is gelijk aan het gemiddeld gewaarborgd minimummaandinkomen (ggmmi). Voorbeeld: 40% van (1.593,81 euro X 3 maanden) = 1.912,57 euro per kwartaal.
  • Er wordt vanaf het 1e jaar 40% van het referteloon betaald en 20% vanaf het 2e tot en met het 5e jaar.
  • Het is mogelijk om een verhoging te bekomen tot 60% van het referteloon.

 

Bedrijfsactiviteit:

De VOP kan maar aan een zelfstandige toegekend worden mits er voldoende bedrijfsactiviteit kan aangetoond worden. Er is voldoende bedrijfsactiviteit wanneer het belastbare nettobedrijfsinkomen begroot wordt op een bedrag hoger of gelijk aan 13.500 euro. Starters dienen daartoe een ‘Attest op de leefbaarheid’ voor te leggen. Dit kan men aanvragen bij het Agentschap Innoveren & Ondernemen (telefonisch via nummer 0800 20 555 en via mailadres Info@vlaio.be). 

Is men reeds langer dan een jaar zelfstandig, dan is deze voorgaande beoordeling met attest niet vereist. Wel dient men dan een fiscaal aanslagbiljet te kunnen voorleggen dat aantoont dat het nettobedrijfsinkomen het vorige jaar hoger of gelijk aan 13.500 euro was.

 

Samengevat:

  • Minder dan 1 jaar zelfstandig = attest op leefbaarheid.
  • Meer dan 1 jaar zelfstandig = laatst ontvangen aanslagbiljet.

 

Voor meer informatie en aanvragen zich wenden tot:

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE

Dienst Tewerkstelling / VOP

Koning Albert II laan 35 Bus 20

1030 BRUSSEL

Website VOP


Email: vop@wse.vlaanderen.be

Wil je een telefonisch contact, dan kan je dit in je mail vermelden.

 

 

 

4. Ondersteuning door de VDAB  

 

Tegemoetkoming voor arbeidsgereedschap, -kleding en arbeidspostaanpassingen:


VDAB betaalt het arbeidsgereedschap en de kledij die je nodig hebt om je werk goed uit te voeren alsook de aanpassingen aan je arbeidspost (ook zaken die vast bij het bedrijf horen en niet kunnen verplaatst worden).

De voorwaarden voor wat betreft materiaal:

  • Het gereedschap, de kledij of de arbeidspostaanpassing is nog niet beschikbaar in je bedrijf, is niet courant in je beroepstak en is noodzakelijk voor je om je werk beter uit te voeren.
  • Je krijgt er geen enkele andere tegemoetkoming voor en de noodzakelijkheid, gebruiksfrequentie, werkzaamheid en doelmatigheid van de aanpassing staan in verhouding met de kosten ervan.
  • Je mag de tegemoetkoming niet als bedrijfslast inbrengen bij de belastingaangifte.

 

Kom ik in aanmerking?

Je hebt er recht op als je aan één van volgende voorwaarden voldoet:

  • Je kreeg van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) het recht op deze tegemoetkoming.
  • Je kreeg van VAPH het recht op een tegemoetkoming voor:
    - hulpmiddelen voor privégebruik, of
    - vervanging of aanvulling van ledematen, romp, wervelzuil, bekken, gehoor, zicht of spraak.
  • Je kreeg op school hulpmiddelen of aanpassingen aan je leeromgeving.
  • Je kreeg van de federale overheidsdienst sociale zekerheid op de zelfredzaamheidschaal volwassenen een erkenning van:
    - minimum 4 punten bij een auditieve handicap
    - minimum 7 punten bij een fysieke of visuele handicap
  • Je hebt een schriftelijke verklaring van je arts waarin hij vermeldt welke aandoening je hebt en wat de prognose is.
  • Je beantwoordt niet aan één van bovenstaande voorwaarden, maar VDAB besloot op basis van een uitgebreid onderzoek dat je toch in aanmerking komt.

Hoe vraag ik dit aan? 
Hiervoor verwijzen we je graag door naar de VDAB website. Alle stappen staan daar duidelijk uitgeschreven.
www.vdab.be/arbeidshandicap 

Bijstand van een tolk Vlaamse Gebarentaal:

Ben je doof of slechthorend, dan kan je jaarlijks 10 procent van je effectieve werktijd een tolk verkrijgen om je werk (beter) uit te voeren.
VDAB betaalt de volledige kost van de tolk (gepresteerde uren + verplaatsingskosten). Als je daar behoefte aan hebt, kan je een uitbreiding aanvragen van het aantal tolkuren. Dit tot 20% van de effectieve werktijd. 

Kom ik in aanmerking?

Je hebt er recht op als je aan één van volgende voorwaarden voldoet:

  • Je kreeg van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) het recht op bijstand van een doventolk.
  • Je kreeg van VAPH een ticket 'Vervanging gehoor'.
  • Je kreeg van VAPH de toelating om in het hoger onderwijs beroep te doen op pedagogische hulp omdat je doof of slechthorend bent. Je kreeg de toelating van het departement Onderwijs om beroep te doen op een tolk.
  • Je hebt een schriftelijke verklaring van een neus-, keel- en oorarts dat je een van volgende problematieken hebt
    - Je beste oor heeft een verlies van minimum 70 dB bij tonale audiometrie.
    - Je hebt 70 procent of minder spraakverstaan bij vocale audiometrie.
  • Je beantwoordt niet aan één van bovenstaande voorwaarden, maar VDAB besloot op basis van een uitgebreid onderzoek dat je toch in aanmerking komt.

 

Hoe vraag ik dit aan?

Hiervoor verwijzen we je graag door naar de VDAB website. Alle stappen staan hier duidelijk uitgeschreven.

www.vdab.be/arbeidshandicap/doventolken